Zingen met Johan

Dinsdagmiddag half twee, Lokaal 12. Een paar cliënten zitten al klaar aan de grote tafel; gelaten wachten ze op wat gaat komen. Johan zet zijn microfoon op de standaard, zijn side-kick Gert-Jan heeft de microfoon met rode kop al in zijn hand en zit naast hem. Een man loopt naar Johan toe. ‘George Baker Selection, ken je die, of niet?’, vraagt hij. ‘Ja, ik weet wel wie dat is’, zegt Johan en bladert in zijn dikke map met liedjes. De man loopt weer weg en zoekt een plekje, wiegt heen en weer op zijn stoel.

Cliënten druppelen binnen. Een paar in een rolstoel, anderen aan de arm van hun begeleidster. Jassen worden uitgetrokken, aan de bar wordt koffie en thee besteld. Sommige cliënten zwaaien naar een bekende, er wordt geknuffeld en gelachen.
Johan: ‘Goedemiddag allemaal!’ Hij zet zijn eerste liedje in, stopt en begint weer opnieuw, zoekend naar de juiste toonhoogte. ‘Ik moet er geloof ik nog een beetje inkomen.’  
‘We hebben ook Engelstalige muziek,’ zegt de side-kick in de microfoon. Dan gaat het lied van start. ‘Met de vlam in de pijp’.

Een begeleider doopt met een theelepeltje een koekje in de koffie en stopt het bij een cliënt in zijn mond. Een andere man gaat staan, zijn hand verdwijnt in zijn broek, hij krabt even en gaat weer zitten. ‘Hey, prulleke van me,’ roept een begeleidster, terwijl ze enthousiast op een cliënt afloopt. Het volgende lied. Een reisje lang de Rijn, Rijn, Rijn, wordt gewaardeerd. Hier en daar geklap, iemand gaat staan en zwaait met zijn handen boven zijn hoofd.

De side-kick roept: ‘Jongens let op, daar gaan we!’

Een begeleidster staat tussen de tafels en danst met twee mannen, een van hen heeft de jas nog aan en een muts op zijn hoofd. Ze houden elkaars handen vast en wiegen heen en weer. ‘Dan denk ik aan Brabant want daar brandt nog licht’, zingt Johan. De mannen kijken blij om zich heen terwijl ze rondjes draaien.

Aan een tafeltje peutert een bewoner een koekje uit het papiertje en laat het verheugd aan zijn buurman zien. Een ander strijkt met de veter van zijn hoodie langs zijn snor.

Het lied is uit, er wordt geklapt. ‘Goeiedag, zeg!’, zegt Johan verheugd.

Een man kijkt geobsedeerd naar het raam en de lampen. Zijn begeleidster loopt naar hem toe en zet de rolstoel op de rem. ‘Zal ik aan Johan vragen of hij wat van Fransje Bauer wil zingen?’ De cliënt reageert niet. Johan tegen de zaal: ‘Als ge een beetje kunt zingen, zing dan mee.’

Side-kick Gert-Jan heeft zijn stoel verlaten en maakt hier en daar een praatje met het publiek. Uit de zaal roept hij naar Johan: ‘Als je wilt mag je wel even pauze houden hoor, dan krijg je van mij een glaasje water.’ Johan lacht. ‘So hey, da’s royaal!’

Dan, alsof het is afgesproken, staat ineens iedereen op en begint jassen aan te trekken. Bij vertrek wordt er gezoend en gezwaaid. Johan zingt nog wat door, totdat echt iedereen vertrokken is.

Een ober met groene polo en voorschot ruimt de kopjes op. In de hoek zit nog een man, er hangt een grote vlag aan zijn rolstoel. De ober klopt hem lieflijk op zijn rug.