Hier wordt geleefd

Overpeinzingen van Michael Kolen, geestelijk verzorger

Wat gebeurt er achter al die deuren en op straat, vraagt Michael Kolen zich af. Hoe leven we op het Landpark Assisië, hoe gaan we met elkaar om? Leveren we zorg, of gaat het over de vraag: hoe leven wij hier samen?

Er is een systeemscheiding, vindt Michael. “Begeleiden, dat doen we op de woonvoorziening niet op straat. En heb je een probleem, dan wordt het ook nog eens geïndividualiseerd. We zouden meer naar wegen moeten zoeken om te bemiddelen, om oplossingen te bedenken. Het is hier een community, met alles wat daarbij hoort: ruzie, irritaties, maar ook met prachtige momenten, vriendschappen, verbondenheid en geluk. Alles is aanwezig. Het is niet alleen maar geweldig. Hier wordt geleefd.”

‘De verbinding moet gezien en erkend worden’
“Je vraagt je soms af: voor wie organiseren we de dingen? Sluit het wel voldoende aan bij wat bewoners willen? Zij bepalen hun eigen leven, hebben hun eigen voordeur. Sommigen hebben de behoefte verbinding te maken, maar dat kan of mag niet altijd. Terwijl het voor hen juist wel noodzakelijk kan zijn.

De verbinding moet gezien en erkend worden. Er hoeft niet altijd iets concreets te gebeuren, we hoeven het alleen maar te zien. Zien dat elkaar ontmoeten meer oplevert. Zet je een e-mail uit omdat er actie nodig is voor een activiteit, dan reageert er niemand. Maar ga je op pad, dan heb je in een uur de verbinding geregeld. Betrekken en erkennen werkt, mensen zien dan in wat ze kunnen doen.”

‘We zijn het collectieve samenleven kwijtgeraakt’
“Soms voelen we te weinig trots over ons werk en over Landpark Assisië. Om dat te begrijpen moet je teruggaan in de geschiedenis. Destijds was het de bedoeling dat het Landpark in 2005 leeg zou zijn.

Eind jaren ’90, toen Prisma ontstond, heerste het idee dat Assisië ‘oude zorg’ leverde, niet meer van deze tijd. Men vond Assisië een oude mannen-internaat en dacht: zo gaan we het niet meer doen. De trend was te verhuizen naar de wijken. De laatste groep burgers in onze samenleving moest emanciperen. Dus als je bij de nieuwe tijd wilde horen, moest je niet bij Assisië werken. Een groot deel van het personeel werkte en leefde hier hun hele leven. De meesten kwamen hier terecht als meisjes en jongens van de boerderij. Maar ook vaders, moeders, broers en zussen, hele families werkten hier met elkaar en waren sterk verbonden. Er was hier een volledig sociaal leven, naast het leven van zorgverlenen. Alle feestdagen werden groots gevierd. Een katholieke ‘vierstaat’. De individualisering van de zorg, die op zichzelf heel goede kanten heeft, heeft er ook voor gezorgd dat we het collectieve samenleven zijn kwijtgeraakt.”

‘De vraag wat onze rol is, is dringend’  
“Het wonen in de wijk is succesvol, maar het is vooral een fysieke integratie geweest. De transitie die de zorg nu doormaakt, maakt dat we de sociale integratie niet alleen kunnen doen. We dragen medeverantwoordelijkheid. Tegelijkertijd zegt de samenleving: ‘Prisma, als er een probleem ontstaat in de wijk, pak het op’. Dat past niet bij onze rol: we zorgen niet voor, maar we zorgen dat er voor bewoners gezorgd wordt. Daarnaast, door die nieuwe rol voelen medewerkers geen ruimte meer om te zeggen: ik organiseer nog eens wat naast mijn werk. De opvattingen van mensen over werk zijn veranderd. Tot de jaren ‘90 was het niet eens de vraag of je kwam met carnaval, je was er gewoon.

De vraag wat onze rol is, is dringend. Onze visie zegt dat we eigenlijk niet méér moeten doen dan we doen. Moeten we dan vrijwilligers meer verbinden met onze organisatie? Dat is weerbarstig te organiseren. Ook verandert de rol van ouders. Die komen vaker meedoen. Dat doet wat met een team, er ontstaat onrust. Het is duidelijk: we moeten ons opnieuw verhouden tot onze rol.”

‘Families kennen elkaar niet meer’
"Ik wil het samenleven niet romantiseren, zoals mij weleens verweten wordt. Maar ik wil het wel aanwijzen. Ben je hier op zondag, dan staren de families in Lokaal 12 elkaar aan, ze kennen elkaar niet meer, zoals dat vroeger wel het geval was. Veel familie is meeverhuisd met cliënten, de wijk in. Maar ook medewerkers lopen hier niet meer rond op zondagmiddag. Wil je als familie iets bespreken of aan de orde stellen, dan wordt het lastig.  Klachten komen via een rapportage binnen. Dat zou toch anders moeten gaan. Begrijp me goed, laten we niet teruggaan naar de tijd dat er op zondag voor families complete Chinese rijsttafels werden aangerukt.”

‘We zijn er goed in om samen de dag door te komen’
“De bewoners die vanaf 2005 zijn uitgeplaatst, komen langzaamaan weer terug vanwege intensievere zorgbehoefte. De productie moet omhoog om de zorg betaalbaar te houden. Nieuwe bewoners, die gaan zich niet aanpassen, die gaan zich roeren. Ze lopen mee, of ze lopen weg. En jongeren, ook een bewonersgroep op het Landpark, zijn in staat om de zaak op stelten te zetten.  

Leefbaarheid is een nog sterker thema, zodra je de productie opschroeft. We hebben complexe bewoners. Als je kijkt naar onze geschiedenis dan zijn we er goed in om samen de dag door te komen. Dat moeten we transformeren naar een nieuwe groep bewoners. Laten we er tegelijkertijd voor oppassen dat we niet te snel alles wat op vroeger lijkt, afdoen als slecht. De VG-sector is een cultureel bepaalde sector. Honderd jaar geleden zag de zorg er totaal anders uit dan nu. Er mag dan DSM-4 of -5 zijn, maar de cultuur is een grote component. De hoofdvraag is: hoe maken we het leven, het samenleven van met mensen met een verstandelijke beperking, mogelijk.”

Samen uitproberen en vormgeven’
“Binnen deze enclave hebben mensen de ruimte om uit te zoeken hoe ze willen samenleven, hun eigen identiteit te vinden. Om voorzichtige verbindingen te maken, dingen uit te proberen, met grenzen te spelen. Hoe geef je mensen werkelijk het idee dat ze meebepalen? Ze doen het al, maar hoe versterken we het, laten we hen nog meer mede-creator zijn? Beschouwen we hen als cliënten of burgers, als deelnemers aan een democratie? De grote vragen van de samenleving, die kunnen we hier samen uitproberen en vormgeven.”