Fanfari Bombari

In de nazomer van 2016 zet muziektheaterproductie Fanfari Bombari de boel op stelten, wanneer muzikanten en acteurs voor meerdere dagen neerstrijken op Landpark Assisië. Producent Roel Rutten kijkt terug op de imposante voorstelling, die in het kader van Jeroen Bosch 500 - jaar gemaakt werd. ‘Het was een groot spannend feest.’

‘Ik heb nog zo veel mooie beelden in mijn hoofd,’ zegt Roel. ‘De zoon bijvoorbeeld, die tussen zijn ouders in op klapstoelen aan de zijkant zo zat te genieten en kreten uitsloeg van opwinding. En de najaarszon, die weerspiegelde in het koper van de blazers.’

Zin in nieuw avontuur
Roel Rutten is in het dagelijks leven producent voor festivals, theatervoorstellingen en concerten en werkt voor de publieke omroep, zoals de Top 2000 en de 3-FM Awards. Roel: ‘Twee jaar geleden ontmoette ik in Den Bosch muzikant en componist Bart van Dongen. We hadden een klik. We spraken over ons werk, ik vertelde hem over mijn zin in een nieuw avontuur. Dat heeft Bart toen onthouden. Twee maanden later belde hij en vertelde over het Jeroen Bosch 500 - jaar, waarover hij contact had gehad met burgemeester Rombouts van Den Bosch.’

Fanfare-man in hart en nieren
In de voorbereiding naar het Jeroen Bosch-jaar waren er al allerlei activiteiten in gang gezet om de Meijerij-dorpen rond Den Bosch te laten deelnemen maar er miste iets groots, iets dat de dorpen  zou verbinden, vond de burgemeester. Rombouts wist ook te vertellen dat de omliggende dorpen Vught, Haaren, St. Michielsgestel en Heusden graag wilden aanhaken bij de activiteiten.

Bart van Dongen was in die tijd samen met tekstschrijver Wiske Sterringa bezig met de voorbereidingen van een muziektheaterproductie over Merijntje Gijzen in Brabant, waarbij fanfares uit Brabantse dorpen betrokken zouden worden. Een echte klus voor Bart, fanfare-man in hart en nieren. Het idee ontstond deze voorstelling om te vormen, passend bij het Jeroen Boschjaar. Het plan werd door de stichting Jeroen Bosch 500 enthousiast ontvangen. De voorbereidingen konden beginnen.

Gerard van Maasakkers
Analoog aan de film 'De Fanfare’ van Bert Haanstra vertelt Fanfari Bombari het verhaal over een competitie tussen twee fanfares, met daar doorheen verweven een liefdesverhaal. Een groep professionele acteurs werd aangetrokken en ook zanger Gerard van Maasakkers deed de toezegging mee te spelen en zingen. De lokale muziekverenigingen zouden de hoofdrol krijgen in deze muziektheaterproductie. Het moest een vernieuwende en toegankelijke buitenvoorstelling worden, iedere keer voor 350mensen te zien. Elke twee weken verplaatste de voorstelling zich naar een ander dorp waar de voorstelling drie keer gespeeld zou worden. Roel: ‘Voorwaarde was natuurlijk wel dat het weer goed zou zijn, in ieder geval droog. Het was spannend of dat zou lukken.’

Subsidie
In de loop van 2015 kwamen de voorbereidingen goed op gang. Alle muziekverenigingen uit de vier gemeenten werden uitgenodigd om naar de raadszaal in hun eigen dorp te komen, zodat het team van Fanfari Bombari de plannen kon toelichten in de hoop de muzikanten te enthousiasmeren. Per voorstelling waren er zeker 160 tot 230 muzikanten nodig. Roel: ‘In de tussentijd was ik druk met subsidieaanvragen. We hadden weliswaar een startbedrag gekregen van de stichting Jeroen Bosch 500, maar er was meer geld nodig.’

Lipspanning op orde
Roel benaderde de vier gemeenten, om te overleggen waar er gespeeld zou gaan worden. Hij had  een duidelijk idee waar de plek aan moest voldoen: de landelijke omgeving als decor, met ruimte voor dynamiek en spektakel. Een plek waar zomaar een paar honderd mensen bij elkaar kunnen komen, die allemaal hun auto of fiets kwijt willen, naar de wc moeten en een kopje koffie willen drinken. Roel: ‘Ook moesten we per gemeente een geschikt weekend zien te vinden. Het mocht niet samenvallen met de motorcross in het dorp, om maar iets te noemen. Een onverwacht ding om rekening mee te houden bij de programmering was het ‘embouchement’ van de blazers. Ofwel: de lipspanning uitleggen. We konden de voorstellingen niet gelijk na de zomervakantie houden, dan zou de lipspanning nog niet op orde zijn. Nooit eerder over nagedacht!’

Genieten op klapstoeltjes
Roel: ‘Op zoek naar locaties reden we rond in de regio, met ons wensenlijstje in het achterhoofd. Dan is de keuze niet zo groot. In Haaren kwamen we er niet uit: het lukte maar niet een geschikte locatie te vinden. We zijn toen gaan praten met burgemeester Jaennette Zwijnenburg, die meteen zei: ‘Ik ga jullie introduceren bij Landpark Assisië.'  Zij ondersteunt het Landpark in haar wens zich meer open te stellen voor externen, dus dat kwam goed uit. Ik belde Bart en zei: ‘We hebben het gevonden!’ We gingen samen kijken en hadden het liefst een paar klapstoeltjes neergezet. We wilden zitten, kijken en genieten. Ook was er herkenning: ik ken de gezondheidszorg van eerdere opdrachten, met haar eigen sfeer en dynamiek.

De keuze voor het Landpark als voorstellingslocatie riep tegelijkertijd vragen op: Van wie is het terrein eigenlijk? Van Prisma, van cliënten, of is het openbare ruimte? Wat is onze betrokkenheid naar cliënten toe? Zouden zij een kaartje kopen met hun budget voor ontspanningsactiviteiten?

Onze zorg was ook dat de voorstelling zoals we die bedacht hadden, intact zou blijven.’

Warm welkom
Er volgde een warm welkom bij het Landpark. De makers van Fanfari Bombari kwamen in contact met Hetty Stappers, Robin Krijgsman, Wil Mallens en later met Ad Jespers, die de gastheer voor het gezelschap zou worden. Alle vier mensen die de verbinding tussen buiten en binnen belangrijk vinden, vertelt Roel. ‘Ze waren zo enthousiast over het idee. Jullie komen met een groot en welkom cadeau aan’, zeiden ze, ‘zeg maar wat je nodig hebt’. We tastten samen de mogelijkheden af, het verliep allemaal zo soepel. Iedereen dacht in kansen en mogelijkheden, met de intentie iets voor elkaar te betekenen. Dat is een instelling die je niet iedere dag tegen komt. Geen mooie woorden, ze maakten waar wat er werd beloofd. In volle overtuiging. Ook kregen we support van de Raad van Bestuur. Zij waren enthousiast en ondersteunden waar het kon. Van de vier dorpen zou de voorstelling bij het Landpark de eerste zijn. Dat maakte het allemaal extra spannend. Maar na alle toezeggingen kon het eigenlijk niet meer mislukken.’

Paniek
Bart schreef ondertussen de composities, voor iedere muziekinstrument een partituur. ‘In het voorjaar van 2016 zijn we alle muziekverenigingen langsgegaan; samen met regisseur Tet van der Donk, Wiske, Bart en ik. We vertelden ons idee over de theatrale kant van de voorstelling en Bart gaf uitleg over de partituren. Het plannen van deze bezoeken was een monsterklus. In de weken die volgden brak de paniek uit: een dirigent werd ziek, verschillende koren en muziekverenigingen trokken zich om allerlei redenen terug. Waar we eerst een groep van 260 muzikanten hadden, ontstond er ineens een tekort. Uiteindelijk heeft zich een extra projectkoor gevormd van 20 dames, als tegenwicht voor alle blazers. Een mooie oplossing, al hadden we het in volume grootser gewild.’

Gezonde competitiedrift
Roel: ‘In de zomer van 2016 maakten we detailafspraken met Landpark Assisië en kwam Ad Jespers in beeld. Een echte Brabander, een verbinder en regelaar. In alles liet hij ons voelen: jullie zijn onze gast.  

De eerste repetitie op zondag voorafgaand aan de voorstellingsreeks was spannend. Alle muziekverenigingen zouden voor het eerst bij elkaar komen, nadat ze ieder apart gerepeteerd hadden. Je zag een soort gezonde competitiedrift ontstaan.  Na de eerste repetitie in de theaterzaal gingen we met zijn allen naar buiten. Toen ging het er echt op lijken en wisten we: dit gaat kwaliteit opleveren.

Tijdens het oefenen hebben we ook erg gelachen. Cliënten die het veld opliepen en tussen de koorleden gingen staan, bijvoorbeeld. Het pakte goed uit, Ad Jespers stuurde bij waar nodig. We hadden uitzonderlijk goed weer, het was een prachtige nazomer. Droog en zonnig, we repeteerden met 25 graden!’

Grote glimlach
‘Bij de generale repetitie kwamen wel dertig cliënten kijken. Van te voren hadden we ons natuurlijk afgevraagd hoe de wisselwerking tussen Fanfari Bombari en de cliënten zou zijn. Kreten van opwinding, klappen, wijzen, meezingen, het gebeurde allemaal. We hebben veel moeten improviseren. Die dynamiek, dat vonden we prima.

Het landschap als decor, uiteindelijk werd de voorstelling precies zoals we het bedachthadden. Het was een groot spannend feest. De sfeer, de muzikanten in uniform, het licht dat weerspiegelde in het koperwerk. De acteurs en Gerard van Maasakkers die het geweldig deden. Totaal bezochten 1.050 mensen de voorstellingen op het Landpark, inclusief de generale repetitie. Bezoekers van buiten het Landpark denken met een grote glimlach aan de voorstellingen terug. Voor ons als makers is dat niet anders.’